Het leven nemen zoals het komt

Vonne van der Meer schrijft over geloofsvragen: over schuld, biecht, verlossing.
Maar ze doet dat zo helder dat ook de ongelovigste lezer erdoor geraakt zal worden.

Het geloof kan een illusie blijken maar is het daarom verkeerd om te geloven?
Om die vraag, en om andere geloofsvragen cirkelt 'Zondagavond', de nieuwe roman van Vonne van der Meer.
De schrijfster die zich midden jaren negentig tot het katolicisme bekeerde, stelde in haar romans al eerder het geloof aan de orde, maar nog niet vaak zo helder en licht als in deze roman, die dat geloof afwisselend vermenselijkt, ontkracht en in ere herstelt. Je kunt je bekeren tot het katolicisme maar er toch steeds omheen blijven kijken, zo blijkt uit 'Zondagavond'.
Dit is een boek waarin het laatste sacrament wordt toegediend en een stervende aan de andere kant van de dood heus opstijgt, zonder dat die scène al te bizar of potsierlijk wordt. Ook de meest argwanende ongelovige zal zich door de intimiteit van deze gebeurtenis geraakt voelen.

Van der Meer plaatst haar stemmige, bedachtzame vertelling over schuld, berouw, biecht en verlossing in het begin van de jaren negentig. Ze wisselt in perspectief tussen de zeventiger en weduwnaar Robert Blauwhuis, bekeerd katkoliek, zijn bijna vijftigjarige dochter Freeke, een sceptisch chirurg, en de even oude Mila Salomons, nu receptioniste, en als baby door Robert uit handen van de duitsers gered. Sindsdien gaat Robert als oorlogsheld door het leven, zonder er zelf ooit nog iets over te willen zeggen. Zijn daad heeft niet alleen zijn eigen leven maar ook dat van zijn dierbaren bepaald, begrijpen we.

Mila heeft nooit een man kunnen vinden die zich met haar redder kon meten. En ook Freeke zag haar vader altijd in het teken van dat oorlogsverleden. Als ze op school gepest werd vanwege het litteken op haar vaders gezicht, dacht ze bij zichzelf: 'jullie sukkels moesten eens weten'.
Ondertussen wilde Robert nooit over zijn ervaringen praten, en werd Freeke door haar overleden moeder op het hart gedrukt er nooit naar te vragen. Maar nu hij zoveel jaren ouder is, en zijn geloof heeft hervonden, wil Robert biechten. Wat is er precies gebeurd.

Van der Meer bouwt de nieuwsgierigheid op terwijl ze, overspringend van vader op dochter op 'pleegdochter', onthult wat deze drie mensen bindt en scheidt: de rivalteit tussen de dochter en pleegdochter, Roberts afhankelijkheid van beiden, zijn eenzaamheid, zijn hervonden geloof, Mila's adoratie, Freeke's verstandelijkheid en kwetsbaarheid.
De onderlinge verhouding is respectvol maar gespannen, de grote dingen bijven onuitgesproken. Op een gegeven moment laat de schrijfster Mila mijmeren over 'Un coeur en hiver', een film van Claude Sautet over een stilzwijgende driehoeksverhouding die nooit hardop benoemd wordt, maar wel de hele film onder spanning zet.
Ook in 'Zondagavond" heerst zo'n geladen zwijgen. De schrijfster laat ieder van de drie figuren om beurten door twijfel en onzekerheid overvallen worden, en blijft zo keurig om de hete brij heencirkelen. Mooi is bijvoorbeeld de in tweeën gesplitste, even onverwachte als vanzelfsprekende verleidingsscène tussen vader en pleegdochter: eerst krijgt de vrouw het woord ('zoals hij daar stond in zijn blote bast, leek hij wel een vermoeide zeehond') en veel later de man ('vanuit een ooghoek ziet hij een streepje wit om haar pols, haar horloge ligt op het buffet').

In haar Tien geboden-gesprek met Trouw vertelde Vonne van der Meer tien jaar geleden dat zij het eerste gebod zag als een gebod tot overgave: "God liefhebben is ook van het leven houden zoals het komt." In 'Zondagavond' werkt ze door ieders twijfels en vertwijfeling heen naar dat dogma toe, maar zwaar wordt deze vertelling daarvan niet. De dochters moeten hun illusies over de vader opgeven en doen dat niet zonder mokken, maar ze vinden een uitweg die hen past.

Heel mooi is de epiloog, waarin de ware heldenmoed in de oorlog een futiliteit blijkt, een toevalligheid. Of is het toch een wonder? Die bal weet van der Meer dan perfect in de lucht te houden, wat van haar geloof meer een aansprekende vorm van verbeelding maakt dan een dwingend evangelie.

Trouw | Jann Ruyters | 07-02-2009